Een fragment uit het boek: ‘Schildpad en de twaalf Bondgenoten’. Dit boek is geschreven door Marita Coppes en Irene Verdoorn. Het beschrijft het verhaal van een Schildpad die voor hij op aarde kwam, een Twinkelpad was, maar dat vergeten is.
Met behulp van twaalf Bondgenoten gaat Schildpad op zoek naar zijn ware afkomst.
Tijdens deze queeste ontdekt Schildpad dat hij over wonderlijke krachten beschikt die van alles met twinkelwensen te maken hebben. En ook hoe de sterren aan de hemel wérkelijk ontstaan en dat hij daar aan meewerkt door het vervullen van zijn allerliefste wens.
In dit fragment heeft Schildpad zijn Bondgenoot ‘Kijkmist’ al ontmoet en vindt hij zojuist een nieuwe Bondgenoot die ‘Viooltje’ heet....................
 
Schildpad morrelde wat met zijn snuit aan het vlakje waarin het Viooltje moest zitten, maar het ging niet open.
  Jeetje, dacht hij, wat nu? Kijkmist had hem toch echt laten zien dat er een luikje onder zat. Misschien moest hij een vraag stellen. Want het leek wel of dat steeds maakte dat er een luikje opensprong.
  Nu wist Schildpad wel een vraag maar hij moest een beetje moed verzamelen om de vraag te kunnen stellen.
  'Euh...Viooltje...ik wil je graag leren kennen, wil jij dat ook?'
Meteen nadat hij die vraag gesteld had werd Schildpad rood tot aan het puntje van zijn staart. Toch had de vraag wel gewerkt, want het luikje sprong open en er tuimelden allemaal prachtige klanken naar buiten. Schildpad had die klanken niet gehoord toen hij in Kijkmist naar het plaatje van Viooltje had gekeken. Maar nu zag hij dat de klanken Viooltje helemaal deden trillen. Ook had hij niet gezien dat er achter Viooltje allemaal lege stoelen stonden met rode zitjes erop die in een halve cirkel waren opgesteld.
  Viooltje had niet opgekeken toen het luikje open ging, noch leek ze te merken dat Schildpad naar haar keek. Ze ging helemaal op in de klanken die ze maakte. De geluiden vlogen naar boven en dan weer naar beneden en Schildpad vond het de mooiste taal die hij ooit had gehoord. Maar hoe hij ook zijn best deed om de taal te verstaan, het lukte hem niet.
  'Viooltje?'
  'Tiiiiramtiiita,' zei Viooltje .
  'Je spreekt de mooiste taal die ik tot nu toe gehoord heb,’ zei Schildpad, maar ik kan je niet verstaan.’
Toen begon Viooltje ineens te spreken.
  'De klanken die ik maak zijn geen taal, ik speel een lied, luister maar,‘ en Viooltje sloot haar ogen weer en speelde door, maar nu heel zacht.  
  Dat was het dus, het Viooltje speelde een lied. Schildpad werd er helemaal warm van .
  'Trilamdadidamdadiiiiiiii,' speelde Viooltje.
Schildpad ging maar eens rustig in het zand zitten, en het lied werd zo mooi dat hij ademloos luisterde. En op het eind van het lied speelde Viooltje steeds zachter, tot het lied bijna niet meer te horen was.
  Het lied leek zijn oren te betoveren, want nadat Schildpad een tijdje naar het lied geluisterd had, begon hij dingen te horen die hij nooit eerder had opgemerkt. Voor het eerst hoorde Schildpad zijn eigen hart kloppen: ‘Ka-boem, ka-boem, ka-boem.' En daarna hoorde Schildpad: 'Tink..., tink..., tinkeldetink. Dat was de klank van het zand. Ieder zandkristalletje tinkelde in zijn eigen toon.
  En toen Schildpad dat eenmaal kon horen, hoorde hij ook dat ergens diep in zijn luikjes, Telefientje en de Stenen ieder hun eigen klanken maakten. De Stenen rolden en tikten tegen elkaar, en Telefientje zong: ‘'Tring-tring-tringeling’. En ook Vrouwe Balancia zong een lied. Steeds meer hoorde Schildpad. Alles en iedereen maakte klanken en samen werd het een lied.
  Oh, dacht Schildpad verlangend, ik zou ook wel willen zingen!
  ‘Zou ik ook mee kunnen zingen?’ vroeg hij.
Maar Viooltje speelde zachtjes door en zei niets.
  Weet je wat? dacht Schildpad. Ik probeer het gewoon. Hij opende zijn bek en zong: ‘Bwieeep,...bwieeeep.'  
De klanken klonken niet zo best, maar dat was omdat hij nog nooit geoefend had. Want al snel veranderde zijn gepiep in een stevig: ‘Kroooaaah,....kroaaaah.’
  Zijn geluid werd steeds luider en mengde zich met de zee en de lucht en alles om zich heen, totdat Schildpad met iedereen zong. En ook dat geluid werd breder en breder, en groter en groter, totdat er niets anders meer leek te bestaan dan het lied dat iedereen samen zong..............................................................
 
©2006 Irene Verdoorn, Hilversum, the Netherlands